Noord-Hollandse binnenkruier

In 1407/08 werd bij Alkmaar de eerste windwatermolen gebouwd, een molen waarmee overtollig polderwater weggepompt kon worden. Willem VI, Graaf van Holland, droeg toen onder andere aan de Heemraden van Delft op naar Alkmaar te gaan en de molen te bekijken. De Dijkgraaf van Delfland bleek de Alkmaarse les goed te hebben begrepen. Op zijn landgoed in Schipluiden bouwde hij in 1413 een windwatermolen, waarmee ook graan kon worden gemalen. Vermoedelijk was deze eerste poldermolen een houten, meerkantige binnenkruier. In de slappe grond van Holland zou een stenen molen slecht op zijn plaats zijn. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat de torenmolen met binnenkruiwerk model heeft gestaan voor de binnenkruier, die toegepast werd voor het opvoeren van water.

In de loop van de vijftiende, begin zestiende eeuw ging de achtkante grondvorm bij binnenkruiers overheersen. Het waren met riet gedekte molens, voorzien van een wijde kap. Naast de as met bovenwiel moest de kap immers ook onderdak bieden aan de krui inrichting. Vandaar de wat ongetailleerde, stugge en gedrongen gestalte.

Binnenkruiers hebben ook belangrijke diensten bewezen bij het droogleggen van diepe meren als de Schermer, Beemster en Wormer. Ook werden binnenkruiers gebruikt voor getrapte bemaling, waarbij het polderwater in stappen uitgemalen werd op de boezem. Op één na bevinden de 65 bestaande binnenkruiers zich in Noord-Holland. Vooral in het open polderlandschap van bijvoorbeeld de Schermer en de Zijpe komen ze schitterend tot hun recht.

Bij een binnenkruier ligt de kap – net als bij alle bovenkruiers – los op rollen. Bijzonder is echter dat de kap binnen wordt gekruid. In de kap zit een rad met handspaken waaraan een windas zit (waarop men een kabel windt). De molenaar zet twee handen aan de handspaken en zet zich met de voet op de onderste spaak af om te kruien. Staat de kap met wiekenkruis op de wind, dan wordt de kap met kettingen vastgemaakt aan krammen in het molenlijf.

In de Schermer Museummolen te Schermerhorn is zo’n authentieke binnenkruier te bewonderen. Glazen platen in de vloer geven de mogelijkheid om het wateropvoerwerktuig goed te bekijken en op de zolders is een uitgebreide verzameling molenmakersgereedschappen uitgestald. Veel binnenkruiers zijn bewoond en kunnen niet bezichtigd worden. De bewoner-molenaar zorgt er wel voor dat de wieken regelmatig rondgaan.