Standerdmolen

De standerdmolen ontleent zijn naam aan de zware verticale houten spil, de standerd of standaard, waarop het rechthoekige molenhuis, de kast, rust. Zware, dubbele schoren houden deze spil in zijn verticale stand. De kast kan om deze standerd draaien, hetgeen noodzakelijk is om de molen te kunnen kruien, op de wind te zetten. Aan de ene kant van de molen hangt het wiekenkruis en aan de andere kant de staart, trap en kruihaspel. Door gebruik te maken van die kruihaspel kan de molenaar de kast draaien, zodat het wiekenkruis de maximale windvang krijgt. In die kast bevindt zich het gehele draaiende of gaande werk van de molen: houten wielen en molenstenen waarmee graan gemalen kan worden.

    DSC02400

De standerd, een zware verticale houten spil, waar het bovenhuis van de standerdmolen op rust.
De standerdmolen was zeker geen Hollandse vinding. Lange tijd is aangenomen dat de oorsprong van de windmolen in Voor-Azië ligt en hij door de kruisvaarders naar ons land is gebracht. Recent onderzoek heeft echter uitgewezen dat de standerdmolen uit Vlaanderen of Noordwest-Frankrijk of misschien zelfs uit Engeland komt. Mogelijk hebben middeleeuwse kloosterorden een belangrijke bijdrage geleverd aan de verspreiding van de windmolen, maar ook dat is niet geheel duidelijk. Uit historische bronnen blijkt wel dat de standerdmolen in de dertiende eeuw ook in Nederland opduikt en zich na 1300 in Nederland over de gehele plattelandssamenleving en over de steden heeft weten te verbreiden. Zo is op talloze historische prenten en tekeningen te zien dat op de verdedigingswallen van versterkte steden standerdmolens stonden. Op deze plekken konden molens betrekkelijk ongehinderd profiteren van de wind.

Het werken met een standerdmolen bleek echter niet ideaal te zijn. Zo is de ruimte voor het malen van graan beperkt en ontbreekt het veelal aan opslagruimte. Vergeleken met de stenen molens is de levensduur van een standerdmolen ook korter. Later kreeg de standerdmolen dan ook concurrentie en werd hij gro­tendeels verdrongen door in hout of steen uitgevoerde, taps toelopende molens met een kruibare kap, de bovenkruier.

Nog geen vijf procent van het huidige molenbestand in Nederland wordt gevormd door standerdmolens. In totaal zijn 46 exemplaren bewaard gebleven, hoofdzakelijk in de provincies Gelderland (10), Noord-Brabant (21) en Limburg (7). Zeeland telt vier standerdmolens en Overijssel één exemplaar. In Bourtange (Gr.), Leiden, Brielle en Heusden vinden we nieuwe standerd­molens op de oude wallen.